Nieuws


 

Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Vlaams-Brabant

Op vrijdag 20 november organiseerde het MVOplatform Vlaams-Brabant bij De Heerlyckheid in Scherpenheuvel haar jaarlijkse rondetafelgesprekken. Thema’s als sociale innovatie, taalbeleid, en samenwerking tussen bedrijven uit de sociale en de reguliere economie werden bediscussieerd tijdens een ‘heerlycke’ lunch.

 


MVO WAT?

Dat MVO staat voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen begint stilaan ingang te vinden bij elke ondernemer. De consument heeft immers steeds meer oog voor de duurzaamheid of de ecologische en sociale impact van een product of dienst. Maar hoe vertaal je de goodwill van een bewuste ondernemer naar een MVO-beleid binnen een bedrijf? Hoe doen andere ondernemers het? Kan je als bedrijf een antwoord bieden op de maatschappelijke uitdagingen die er zijn? En wat is de rol van sociale economie bedrijven in dit verhaal?

Werkgeversorganisaties UNIZO, Verso, VOKA en het provinciebestuur Vlaams-Brabant slaan samen de handen in elkaar om bedrijfsleiders, academici, ervaringsdeskundigen en beleidsmakers jaarlijks rond de tafel te brengen om deze actuele MVO-thema’s onder de loep te nemen. En dat blijkt een succesformule. Reeds voor de vijfde keer vonden deze ‘rondetafelgesprekken’ plaats. Dit jaar verwelkomde het MVO-platform de 40 deelnemers in eetcafé De Heerlyckheid te Scherpenheuvel.

SAMENWERKEN VERSTERKT

Gedeputeerde voor economie, Marc Florquin, verwelkomde de deelnemers in naam van de organisatoren. In dit welkomstwoord stelde hij dat MVO ook meer is dan louter een goede beeldvorming. “Het gedachtengoed moet verankerd zitten in de gehele bedrijfsvoering, wil het zich vertalen naar een duurzaam MVO-beleid.”, weet de gedeputeerde.
Vervolgens nodigde hij de deelnemers uit om de lunch en het debat te starten. Want, zo besloot Marc Florquin: “Met elkaar in gesprek gaan, blijkt voor deze thematiek nog steeds de beste formule om elkaar te inspireren en te versterken.” De gedeputeerde voegde zelf de daad bij het woord en nam plaats aan één van de vijf tafels.

DE KRACHT VAN EEN NETWERK

Samenwerken versterkt, dat klinkt aannemelijk. Maar hoe begin je eraan? Academisch decaan en hoogleraar organisatiewetenschappen aan de Antwerp Management School, Patrick Kenis, nam zijn tafelgasten op sleeptouw rond het opzetten van organisatienetwerken. Het uitgangspunt was helder: “Effectieve en duurzame in- en doorstroom van mensen met een arbeidsbeperking kan alleen in een samenwerkingsverband van organisaties.” Sociale economie bedrijven hebben reguliere bedrijven nodig om hun doelgroepmedewerkers te kunnen laten doorstromen. Omgekeerd hebben reguliere bedrijven ook de knowhow van sociale economie nodig, willen ze de duurzaamheid van deze tewerkstelling veilig stellen. De kernvraag is dan ook hoe dergelijke succesvolle samenwerkingsverbanden tot stand kunnen komen. Patrick Kenis wisselde met zijn tafelgasten Paul Stessens (De Kringwinkel Hageland), Tanja Chanet (Job-Link), Harry Van Lint (Mariposa), Marc Florquin (gedeputeerde Provincie Vlaams-Brabant) en Sien Raskin (Provincie Vlaams-Brabant) van gedachten over drie noodzakelijke condities waaraan zijns inziens voldaan moet worden: erkennen en bijdragen tot de gemeenschappelijke doelstelling, de inbreng van unieke competenties en de initiëring en sturing van het samenwerkingsverband.

De moeite om over te reflecteren, want de tafelgasten gaven aan dat een samenwerking op heden vaak gelanceerd en uitgevoerd wordt vanuit een projectmatig kader, wat de bestendigheid niet ten goede komt. Om van start te gaan met (een) succesvolle organisatienetwerk(en) in Vlaams-Brabant, onthouden we aantal concrete en cruciale bouwstenen. Het creëren van een ‘sense of urgency’ in functie van het potentieel van personen met een arbeidsbeperking, is een duidelijke taak voor de overheid. Het partnerschap initiëren en sturen, is dan weer weggelegd voor sociale economie. Zij dienen bovendien met een positief energieniveau te starten aan dit organisatienetwerk, waardoor ze in eerste instantie best die (reguliere) bedrijven aanspreken die reeds kennis hebben van de materie.

ALLEMAAL ONDERNEMERS

Maar wat met de ondernemers die nog niet vertrouwd zijn met MVO, willen zij wel over de streep getrokken worden? We vroegen het aan deelnemers van een tweede tafel: bedrijfsleiders Rudy Allemeersch (Bakkerij Allemeersch), Karin Vander Elst (Aannemingsbedrijf De Coninck), Leen Leerschool (Entiris vzw) en Patrick Wauters (Wonen en Werken vzw), stakeholders Tom Broekmans (UNIZO) en Goele Vanhelmont (UNIZO) en beleidsmakers Hans Rymenams (Departement Werk en Sociale economie) en Hans Verboven (Kabinet van Defensie en Ambtenarenzaken).

Op 1 april dit jaar ging het nieuwe maatwerkdecreet van start. Het decreet geeft een nieuwe regelgeving aan de beschutte en sociale werkplaatsen, nu gekend als maatwerkbedrijven. Een belangrijk accent in dit decreet is de nadruk op doorstroom van doelgroepmedewerkers uit sociale economie bedrijven naar reguliere bedrijven. Dit kader kan natuurlijk slechts werken als ook reguliere ondernemers open staan voor een samenwerking met deze maatwerkbedrijven. De bouwstenen tot samenwerkingsverbanden kregen we al mee van professor Patrick Kenis, maar hoe komen we tot bereidheid bij ondernemers?

De bedrijfsleiders aan deze tafel gaven aan dat ondernemers vaak nog niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden van ondersteuning die sociale economie bedrijven kunnen aanbieden waardoor sociale economie bedrijven nog te vaak als een geduchte concurrent worden aanzien en niet als partner.
Eén conclusie blijkt onbetwistbaar: “Of we nu praten over ‘sociale’ of ‘reguliere’ bedrijven, we zijn allemaal ondernemers die kwaliteit willen leveren op een duurzame manier”. Voldoende met elkaar in gesprek gaan om informatie en goede praktijken te delen komt ook hier weer terug als dé motor om de brug te slaan tussen ondernemers.

UITBESTEDEN OF AANWERVEN

En dat een samenwerking met een sociale economie bedrijf, in het kader van een MVO-beleid, verschillende vormen kan aannemen, werd ook duidelijk in het gesprek aan een andere tafel. Social profit bedrijven Foyer de Lork vzw (Niels Seresia), Emmaüs vzw (Ilse Janssens), Entiris vzw (Bert Veulemans) en Velo vzw (Jos Vandikkelen) debatteerden aan een derde tafel met stakeholders van Verso (Kirsten D’Hooghe), In|C (Katrien Seynaeve) en UCLL Leuven-Limburg (Wim Van Opstal).
Niels Seresia (Foyer de Lork vzw) bracht een getuigenis over de positieve samenwerking tussen hun voorziening Uilenspiegel in Genk en sociale economie bedrijf De Sluis voor de wasserij van het woonzorgcentrum. Op de momenten dat er veel handenarbeid verzet moet worden in de wasserij (bij het plooien, strijken, ophalen en verdelen van de was) komt een ploeg van De Sluis, inclusief begeleider, de wasserijmedewerker van Foyer de Lork bijstaan. MVO hoeft echter niet steeds te gaan over het uitbesteden van diensten aan sociale economie bedrijven. Zo kiest Emmaüs vzw, een netwerk van meer dan 20 voorzieningen in de provincie Antwerpen, er bewust voor om onder andere logistieke functies niet structureel uit te besteden. Ook deze medewerkers een degelijk contract en statuut aanbieden is een vorm van MVO-beleid.

TAALEISEN

En wist u, dat u als ondernemer kan inspelen op maatschappelijke uitdagingen? Zo kunnen bedrijven een belangrijke rol spelen in het dichten van de etnische kloof op de arbeidsmarkt, die zich duidelijk laat voelen in provincie Vlaams-Brabant: maar liefst één derde van de werkzoekenden in onze provincie (>50% in Halle-Vilvoorde) beheerst onvoldoende de Nederlandse taal. Dit gegeven is niet nieuw, en wordt bovendien steeds actueler en dringender omwille van de sterke verstedelijkingsdruk vanuit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de recente vluchtelingencrisis.

Aan een vierde tafel op deze rondetafelgesprekken bogen Yves Desmet (D&D Isoltechnics), Frank Van Steijvoort (Eurobrokers), Marian Van Buggenhout (De Kringwinkel Televil vzw), Ine Elen (De Kringwinkel SPIT vzw) en stakeholders Jan Hoste (VDAB), Mariet Schiepers (Centrum Taal & Onderwijs KULeuven) en Ilse Balis (VOKA) en Bart Moens (VOKA) zich over de vraag of bedrijven bereid zijn te investeren in werkzoekenden met onvoldoende kennis van het Nederlands.

Yves Desmet (D&D Isoltechnics) en Frank Van Steijvoort (Eurobrokers) gaven meteen aan dat deze vraag voor hen geen kwestie is van willen, maar wel van moeten. De krapte op de arbeidsmarkt dwingt hen immers om hun rekruteringsvijver te verbreden. Een goede werkethiek en attitude staat bij de aanwerving dan ook voorop op de taalkennis. Maar, een gebrekkige kennis van het Nederlands bij medewerkers brengt ook heel wat moeilijkheden met zich mee: lagere rentabiliteit doordat medewerkers niet overal inzetbaar zijn, instructies worden niet begrepen waardoor de veiligheid op de werkvloer in het gedrang komt of de kwaliteit van het werk vermindert, een grotere kans op conflicten met collega’s en leidinggevenden, etc.

Daarom zijn ondersteuningsmaatregelen voor deze bedrijven erg welkom. “Naast loopbaan- en diversiteitsplannen kunnen bedrijven beroep doen op een reeks ondersteuningsmaatregelen waaronder gratis taalcoaching bij aanwerving van anderstalige medewerkers, IBO met taalondersteuning en Nederlands op de werkvloer.”, zegt Jan Hoste van VDAB. Deze maatregelen zijn over het algemeen weinig gekend bij ondernemers, merken de bedrijven aan tafel op. Dit komt wellicht door de sterke versnippering inzake de aanbieders, subsidiemogelijkheden en werkvormen, waardoor het niet evident is te weten bij wie men terecht kan voor informatie. Bovendien geven de bedrijven aan dat de maatregelen niet altijd een antwoord bieden op de noden van de werkgever (vb. plaats en tijdstip waarop de ondersteuning mogelijk is). Last but not least is ook de kostprijs een drempel om gebruik te maken van de ‘gratis’ maatregelen.

Mariet Schiepers (Centrum voor Taal en Onderwijs, KUL) besloot dat een totaalaanpak inzake taal noodzakelijk is. Zowel de werknemer, de leidinggevende als de werkgever dienen betrokken te worden. Tegelijkertijd pleit zij ook voor een pragmatische aanpak waarbij in de eerste plaats gefocust wordt op datgene waar taal en de kennis van het Nederlands echt belangrijk is, waar het echt een meerwaarde is voor de job en het bedrijf.

GROEIPOTENTIEEL

Maatschappelijke uitdagingen kunnen u als ondernemer dus wel enkele kopzorgen bezorgen. Anderzijds dagen maatschappelijke trends (vergrijzing, armoede, welzijn, klimaat, …) ondernemers ook uit om hun groei te verzekeren door innovatieve producten en diensten te ontwikkelen die oplossingen bieden. Aan een vijfde tafel wisselden bedrijfsleiders Wim Poppe (GMS), Peter T’Hooft (INXCO), Steven Vancraesbeek (Thuisverpleging Meerdael), Monique De Dobbeleer (De Vlaspit), Ludo Moyersoen (microStart) en Vincent De Coninck (Oksigen Lab) samen met Sigrid Sypré (VOKA) en Eric Sleeckx (Ministerie van Werk, Economie, Innovatie en Sport) van gedachten.
Het debat werd gestart met het afbakenen van wat sociale ondernemers nu net definieert: “Sociale ondernemers gebruiken principes uit het bedrijfsleven (zoals ondernemerschap, innovatie en een marktgerichte benadering) om een maatschappelijke meerwaarde en verandering te creëren.” Uiteraard is werkgelegenheid op zich al een belangrijke tegemoetkoming aan een maatschappelijke uitdaging zoals werkloosheid. In se schuilt er dus in elke ondernemer een sociale ondernemer. Toch doelt niet elke ondernemer erop ook sociaal resultaat neer te zetten.

Enkele deelnemers aan de tafel doen dit bewust wel. Zo geeft microStart kredieten van 500 tot 15.000 euro voor professionele doeleinden. Het uitgangspunt hierbij is dat zij tegemoet komen aan (aspirant) ondernemers die bij de reguliere financiële instellingen niet terecht kunnen, om welke reden dan ook. Want, zo stelt microStart, iedereen heeft, los van inkomen, opleiding of herkomst een onvervreemdbaar recht op economisch initiatief en het recht om het lot in eigen handen te nemen.

Ook De Vlaspit, de gastheer van vandaag, zet sterk in op creativiteit en innovatie. Met hun afdeling Recycork recycleren ze kurk tot kurkgranulaat. Op deze manier kan kurkafval opnieuw een nieuw leven krijgen als isolatiemateriaal. En dat doen ze naast hun bestaande aanbod: het kaarsenatelier, de groen- en poetsdienst en tot slot ook het eetcafé De Heerlyckheid waar we te gast waren voor deze Rondetafelgesprekken.

EN DAN NU, AAN U

U hoort – of beter leest – het, uit deze rondetafelgesprekken werd het duidelijk dat maatschappelijk verantwoord ondernemen verschillende vormen kan aannemen. Zo hoorden we over de duurzame samenwerking tussen reguliere bedrijven en sociale economie bedrijven in functie van het afnemen van diensten en producten of bij het nastreven van een grotere gemeenschappelijke doelstelling (zoals de tewerkstelling van personen met een arbeidsbeperking). Maar ook het inspelen op maatschappelijke uitdagingen en deze zelfs vertalen naar economisch en sociaal groeipotentieel binnen het bedrijf kwam aan bod.

Het zijn slechts enkele voorbeelden van hoe een MVO-beleid in uw bedrijf of organisatie ingekleurd kan worden. Maar belangrijker dan deze cases, zijn de gesprekken op zich. Het MVO-platform biedt een platform aan waar bedrijfsleiders, academici, ervaringsdeskundigen en beleidsmakers elkaar kunnen inspireren over deze thematieken en tendensen. En zo brengen we experts op vlak van MVO dichter bij elkaar, én (nog) dichter bij een maatschappelijk verantwoorde manier van ondernemen.

het MVO-platform Vlaams-Brabant
Kirsten D’Hooghe – Verso
Sigrid Sypré – Voka - Kamer van Koophandel Leuven
Ilse Balis – Voka - Kamer van Koophandel Halle-Vilvoorde
Bart Moens – Voka - Kamer van Koophandel Halle-Vilvoorde
Tom Broekmans - UNIZO Vlaams-Brabant en Brussel
Goele Vanhelmont - UNIZO Vlaams-Brabant en Brussel
Mieke Frans – Provincie Vlaams-Brabant
Sien Raskin – Provincie Vlaams-Brabant